Het is een zonnige weekdag in Oostende. In de lobby van het Thermae Palace Hotel valt het licht zacht op de marmeren vloeren en de hoge ramen, en de grandeur van een vervlogen tijd is nog tastbaar: kristallen kroonluchters, rijk gedecoreerde lambriseringen en brede trappen herinneren aan een tijd waarin kunstenaars, schrijvers en vorsten elkaar hier ontmoetten. Tegenover mij zit Abigail Tulis. Tijdens ons interview rijgen haar woorden zich vlot aaneen, met een natuurlijke cadans, alsof ze haar gedachten direct omzet in taal zonder ze eerst te wegen. Het gesprek ontvouwt zich als een rivier: kronkelend, diep, met onverwachte uitlopers naar Tennessee, New York, Europa, mythes en herinneringen.

Yves Joris in gesprek met Abigail Tulis
Ze begint met haar verhaal over de wereld waarin ze opgroeide, en langzaam wordt duidelijk hoe de strengheid van haar jeugd, en de schoonheid van de kunst die haar daarin inspireerde, haar latere werk hebben gevormd. Tennessee, New York, het Nederlandse platteland en uiteindelijk België: elk van deze plaatsen draagt bij aan de complexe lagen van haar denken en maken, zoals de marmeren lagen van het hotel zelf de tijd weerspiegelen die hier werd doorleefd.

Ophelia
Jeugd en eerste werelden
Ze groeide op in de strengheid van Tennessee, in de schaduw van de Bible Belt. Zondagen waren eindeloos, gevuld met preken, gebeden, een ritueel van gehoorzaamheid dat weinig ruimte liet voor stem of verlangen. Maar in die beperkte ruimte vond ze ontsnapping in tekenen, in boeken, in de bossen. Feeën en bloemen bevolkten haar schetsen, kleine geheime werelden waar ze zichzelf kon ontmoeten. Tegelijk werd ze blootgesteld aan een klassieke opvoeding: Dante, Tolkien, en via haar grootmoeder reizen naar Europese musea in steden als Zürich,… Daar leerde ze werken met de contouren van Rodin, de landschappen van Hodler. Maar ook ballet was een onderdeel van haar leven. Twee werelden leefden naast elkaar, nooit samenvallend, maar beide bepalend voor het innerlijke landschap dat haar werk vandaag nog draagt.
“Ik wist vrij jong dat kunst iets was dat ik kon dragen, een levenslange taal,” vertelt ze. “Ballet was prachtig, maar het eindigde rond je dertigste. Op kunst staat geen houdbaarheidsdatum. Mijn vader zei: ‘Als je kunstenaar wordt, moet je ook het naakt durven tekenen.’ Mijn moeder vond dat heftig, maar mijn vader zag iets in mijn roeping.”

Eros en Thanatos
Het is deze combinatie van strengheid en vrijheid, van beperking en ontdekking, die haar werk tot een introspectief weefsel maakt. Ze is opgegroeid met regels die haar lichaam en geest moesten temmen, maar tegelijkertijd werd ze gevoed door een erfenis van klassieke cultuur. Die spanning tussen gebondenheid en openheid, tussen traditie en verbeelding, ligt in elk penseelstreek, in elk sculpturaal detail dat ze creëert.
New York kwam later, als een explosie van licht, geluid en discipline. Ze studeerde beeldhouwkunst, maar ontdekte dat vrijheid in het atelier en in het museum lag, niet in de regels van de academie. Haar mentor zei: “Je hebt geen toestemming meer nodig van iemand anders. Doe je eigen ding.” Het was een bevrijding die haar in staat stelde sculpturen te maken die in Vanity Fair en Architectural Digest verschenen, werk dat tegelijkertijd autobiografisch, sensueel en conceptueel was. Toch voelde ze zich steeds meer vervreemd van de stad. Europa riep, eerst het Nederlandse platteland, later België, waar ze een atelier vond dat ruimte bood voor zowel concentratie als contemplatie.

De Lady of Shalott en het spiegelbeeld
De Lady of Shalott, de tragische vrouw in het gelijknamige gedicht van Alfred Tennyson, werd een leidmotief. Ze tekende en schilderde een figuur die de wereld slechts via reflecties ziet, die sterft wanneer ze zich omdraait. Voor Tulis is het een weerspiegeling van haar eigen jeugd, waarin haar eigenwaarde als meisje werd gemeten aan zuiverheid en gehoorzaamheid. Ze probeerde haar een ander einde te geven, maar besefte na vier jaar: de tragedie is inherent, onontkoombaar.

“I am half-sick of shadows,” zegt Tennysons Lady of Shalott. Die woorden lijken alsof ze Abigail Tulis zelf beschrijven: niet tevreden met een wereld die slechts via schaduwen te ervaren is, zoekt zij de directheid van het zien, het aanraken, het beleven. Haar werk is een poging die spiegel te doorbreken, om de mythes, herinneringen en verlangens niet langer door een filter van afstand of voorzichtigheid te laten gaan. In haar schilderijen en sculpturen voelen we diezelfde onrust en hunkering: een drang om de wereld volledig te betreden, de verhalen zelf te herwerken en de eigen stem te laten horen. Net als de Lady van Tennyson balanceert ze tussen zien en gezien worden, tussen fragiliteit en kracht, maar in plaats van te sterven in de boot op de rivier, creëert Tulis een ruimte waarin de schaduwen verlicht worden door kleur, symboliek en intimiteit, zodat de toeschouwer de echo’s van verlangen en angst kan aanraken zonder zich te verliezen.
Toch lijkt zij zelf zichtbaar, aanwezig, bijna uitdagend in haar aanwezigheid. Maar onder dat oppervlak ligt de angst voor oordeel, voor afwijzing, die kunst voor haar een manier maakt om te onderzoeken. Haar werk is een voortdurende spiegel van het zelf, steeds herschreven, nooit af.

Ze sluit aan bij een koor van vrouwelijke kunstenaars die mythes hertalen: Leonora Carrington, Paula Rego, Kiki Smith. Maar haar iconografie is eigen, visuele mythen voor onze tijd, waarin kwetsbaarheid en bescherming, verlangen en angst samenvloeien. In haar werk echoën de prerafaëlieten, die ook mythen en literatuur tot beeld brachten, maar Tulis zoekt niet romantische troost. Haar figuren zijn intiem, complex, en nodigen uit tot introspectie.
Ze begon klassiek, puristisch, sceptisch tegenover alles na 1900. Later ontdekte ze conceptualisme, een nieuwe taal die complexiteit toeliet. Maar ze weigert kunst te maken die alleen toegankelijk is voor een select publiek. Middeleeuwse kunst kon zowel de ongeletterde boer als de geleerde raken; zo wil Tulis ook dat haar werk op meerdere niveaus leesbaar is. Haar ideaal: dat de voorbijganger geraakt wordt, en de kenner de verborgen lagen ontdekt.

Twisted sisters
Atelier en trage magie
Het atelier in het kasteel van Rooigem is niet slechts een werkplaats; het is een leefwereld. Ze slaapt tussen haar schilderijen, omringd door studies van zwanen, feeërieke tekeningen, fragmenten die ze op TikTok of Substack deelt. Het proces is traag, een alchemie van wachten, luisteren, kijken. Soms ontstaat een werk in enkele dagen, soms rijpt het jaren in stilte. Het is een praktijk waarin observatie en intuïtie samensmelten, waarin de grens tussen denken en maken vervaagt.
“Ik leef met mijn werk, niet ernaast,” zegt ze. “Het atelier is een ruimte van stilte en ritme, van terugtrekking en confrontatie. Alles wat ik denk, voel of droom, vindt er zijn vorm. Het is een plek waar tijd anders werkt, waar de logica van de wereld buiten ophoudt te bestaan en alleen het proces overblijft.”
Haar tekeningen, sculpturen en installaties krijgen daardoor het effect van een dagboek: fragiel en gepantserd, autobiografisch en mythologisch tegelijk. De insecten en exoskeletten die terugkeren in haar iconografie zijn niet enkel ornamenten, maar belichamingen van verlangens, angsten en overlevingsstrategieën. Elk werk is een poging om de wereld te verstaan en te betreden via een persoonlijke en tegelijk universele taal.
Vruchtbaarheid, animisme
en de echo van de natuur
Ze vertelt over de nieuwe reeks die volgt op de Lady of Shalott: vruchtbaarheid, dood, animisme zijn drie termen die het gesprek beheersen. Bomen, rivieren, stenen bezielen. We zijn vervreemd van de natuur, vervreemd van het ritme dat ooit vanzelfsprekend was. Kunst kan die verbinding openhouden, vragen stellen die blijven hangen, als een echo van iets dat vergeten leek.
“Wie naar mijn werk kijkt, ontmoet niet alleen de Lady of Shalott,” zegt ze, “maar ook de vraag: durven we onze eigen spiegel te keren?” Het gesprek eindigt, en het licht valt anders op de schilderijen, op de tafels, op de lege stoelen. Abigail Tulis balanceert tussen strengheid en spel, tussen kwetsbaarheid en bescherming, tussen klassieke vormen en conceptuele vrijheid. Haar werk is een dagboek, een mythe, eenspiegel. En voor wie kijkt, is er een uitnodiging: durf de grens te betreden tussen werkelijkheid en verbeelding.

Emersion
Haar verhaal blijft nagalmen. Het is een uitnodiging om traag te kijken, te luisteren, en de eigen spiegel te onderzoeken. In haar atelier, in haar werken, in de echo van de Lady of Shalott, vinden we een kunst die zowel persoonlijk als universeel is, die de stilte omarmt en de spanning tussen zien en gezien worden onderzoekt.
Wie het werk van Abigail Tulis wil bewonderen kan binnenkort terecht op volgende locaties:
* Le Fil d’Or, duoshow met Clément Jacques-Vossen, Galerie Jos Depypere, Kerkstraat 59 Kuurne, 10 oktober – 11 november 2025
* Duoshow met Fran Vancoppenolle, Galerie P Oostende, Kursaal-Oosthelling 10, Oostende, 29 november 2025 – 18 januari 2026.
* 10e Biënnale van de Schilderkunst, MUDEL Deinze, eind juni – midden oktober 2026, de eerste gelegenheid waar de volledige reeks “The Lady of Shalott” zal worden getoond.
* voor atelierbezoeken en meer informatie: info@galeriep.be
© Kunstflaneur (Abigail Tulis en de spiegel van de mythe) – gepubliceerd 10 september 2025

© Jinni Barr Cavanaugh
Met haar schilderijen, beelden en fotocollages weeft deze millennial in haar Brugse kasteelvertrekken verhalen, geïnspireerd op haar eigen ervaringen, gespiegeld aan kunstgeschiedenis en aan literatuur, om in en uit te zoomen op patronen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Zij put uit haar dromen als 12-jarige (toen zij besloot kunstenaar te worden) en verwerkt recente ervaringen van onbeantwoorde liefde en hartzeer. Maar vergis u niet, het innerlijke en de cultuur zijn de schering en inslag van het weefgetouw, maar de natuur levert de motieven waarmee zij al haar narratieven creëert.
Het is een verademing dat er in deze tijd, waarin vertraging en verbinding met de cyclus van de natuur steeds meer ontbreekt, een kunstenares als Abigail opstaat. Door dag in dag uit in harmonie met de natuur te leven en te werken, verkent zij zichzelf als kunstenares, deel uitmakend van dit groter geheel. Deze interactie tussen haarzelf en haar omgeving vormt de basis voor de ontwikkeling van haar thematiek en spiritualiteit; gegidst door de zwanen als was ze de uitverkorene van Lohengrin. Voorwaar, het daghet in het westen!
Door samen te werken met haar innerlijke kind, wordt haar creatieve proces een soort helende magie, een toverketel waaruit nieuwe, betoverende verhalen ontstaan over verlangen, thuis, liefde en eenzaamheid. Op deze manier opent ze een deur om onze relatie met onszelf, de natuur en de energie van het vrouwelijke opnieuw te bekijken.
Abigail Tulis wordt vertegenwoordigd door Wavelength Space Chattanooga (USA) en Galerie P Oostende.
Voor meer informatie of een atelierbezoek kan u ons altijd contacteren op info@galeriep.be

Abigail Tulis, Magdalene of the Murmurations, oil on canvas
Foto’s tenzij anders vermeld: © Bart Ramakers
